De inbugeringsles is al een half uurtje bezig, als mijn collega op de deur klopt en een nieuwe cursist introduceert. Een man met een djellaba en een baard komt binnen. Dat verrast me, tot mijn eigen verrassing. Deze groep heeft een hoog taalniveau en ergens in mijn hoofd heeft zich het idee gevestigd: hoe hoger het niveau, hoe moderner de mensen.
De man verontschuldigt zich dat hij zo laat is; hij had de school niet kunnen vinden en de parkeerplaats was vol. Zoals altijd als er een nieuwe cursist komt, laat ik de anderen ter kennismaking vragen aan hem stellen. Hij blijkt Ismail te heten, uit Marokko te komen, vier kinderen te hebben en in een Marokkaanse bakkerij te werken. Dat klopt allemaal wél met het plaatje in mijn onderbewuste.
Bewondering
De rest van deze avondgroep bestaat uit vier bijdehante, hoogopgeleide Zuid-Amerikaanse dames, een nét getrouwde Marokkaan, een stoere Afrikaanse jongen en een praatgrage oudere Hindoestaan. De sfeer in deze mix is altijd druk, maar vrolijk. Misschien zijn ze wel zo druk van vermoeidheid. Ik heb best bewondering voor ze: de meeste cursisten werken vijf dagen per week en gaan dan ook nog trouw twee keer per week naar een cursus waar ze niet om gevraagd hebben. Vaak hebben ze geen tijd om eerst thuis te eten.
Niet lief?
Bij de les Kennis van de Nederlandse Samenleving praten we over verschillen in gewoonten tussen Nederland en het land van herkomst. “Nederlanders zitten op een feestje alleen maar in een kringetje op een stoel. Wij dansen!”, zegt Maria. “Ik geef vrouwen geen hand”, vertelt Ismail. Ai, dit is het moment waar ik voor vreesde. Djellaba contra Zuid-Amerika. “Waarom niet?!” “Zeker omdat je ze minder waard vindt!” “En als ik jarig ben, geef je me dan ook geen hand? Dat is niet lief hoor!” De ladies zijn echt verontwaardigd.
Regels
Maar Ismail blijft kalm en legt rustig uit waarom hij, in zijn visie, vrouwen juist respecteert door ze geen hand te geven. Hij vertelt de precieze regels en uitzonderingen. Je zus wel, je schoonzus geen hand. De dames kalmeren en luisteren. Ze zijn het duidelijk nog steeds niet met Ismail eens, maar ik zie ze denken: “Tja, als je het zo wilt bekijken…”
Zo bereiken mijn cursisten onderling wat ik in mijn lessen op ze probeer over te brengen: je hoeft niet alles te doen zoals wij, maar laat me even vertellen waarom wij het zó doen.
Door: Tanja te Beek |