Bij economische tegenwind is het een goed gebruik om de subsidiekraan van de overheid vol open te draaien. De gebruikelijke terughoudendheid laat men varen, want ‘banen staan op de tocht’ en ‘het zijn bijzondere tijden’. Ik betwist niet dat banen op het spel staan, noch dat het bijzondere tijden zijn. Ik vind het wel kwalijk dat de overheid de gebruikelijke terughoudendheid niet langer in acht neemt. En dat kost belastingcenten. Jazeker, ónze belastingcenten. Behalve dat het geld kost, zijn er nog een aantal redenen om niet al te makkelijk met geld te strooien.Eerst maar eens even kijken wanneer overheidssubsidie wél wenselijk is. Subsidie is wenselijk als we met zijn allen besluiten dat ‘iets waardevols’ moet bestaan, dat niet op eigen kracht kan bestaan. Denk aan bepaalde kunstvormen, behoud van vakspecialisten of milieuvriendelijke manieren van bedrijfsvoering. Over subsidieverstrekking moet de overheid niet lichtvaardig denken. Niet iedere kunstenaar is even kundig, niet iedere vakkracht is onmisbaar en niet iedere milieumaatregel is even effectief. Geld is schaars en daarom zijn heldere en strikte voorwaarden noodzakelijk.
Fraude
Om te voorkomen dat specialistische vakkrachten hun baan verliezen is de deeltijd WW bedacht. Op onze kosten scholen deze mensen zich bij, zodat ze bij een aantrekkende economie direct weer hun belangrijke werk kunnen voortzetten. Tenminste, dat was de opzet. Donner heeft nagelaten om keiharde voorwaarden te stellen en de deeltijd WW is daardoor mislukt. Waarom? Bedrijven brachten niet alleen hun vakspecialisten in de deeltijd WW, maar het voltallige personeel. Daar was de regeling niet voor bedoeld. Ook spijkeren bedrijven hun werknemers niet bij tijdens hun vrije tijd. Werknemers brengen hun dagen door in gesubsidieerde ledigheid. TV kijken. Computerspelletjes. Nog meer TV kijken. Het voorbeeld van de mislukte deeltijd WW laat zien dat subsidie zonder strikte voorwaarden fraude veroorzaakt.
Innovatie
Daarnaast gaat het ten koste van de broodnodige innovatie. Ik ben een fervent krantenlezer, maar ik hoop dat het plan van Brinkman om de krant te sponsoren met internetopbrengsten niet door gaat. Kranten hebben al jarenlang te kampen met dalende oplagecijfers. Dat is een structureel probleem, dat extra urgent wordt door de huidige economische crisis. Subsidie, via welke rare manier dan ook, is daarvoor niet de oplossing. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Het Utrechts Nieuwsblad is opgegaan in het Algemeen Dagblad. Het Utrechts Nieuwsblad was voor mij een aardige aanvulling op mijn ochtendkrant. Veel lokaal nieuws en aardig geschreven. Nadat het is opgegaan in het AD is daar niets van over. Oeverloos gezeur over obscure sporten, bijna geen lokaal nieuws meer en voor de rest staat er niets, dat ook niet in andere kranten staat. Kortom: een overbodige krant. Moeten we die met gemeenschapsgeld draaiende houden? Of met een ‘Brinkman-belasting’? Onzin! Als deze krant niet meer bestaat verliezen velen hun baan. Dat is uiteraard een persoonlijk drama voor de betrokkenen. Het biedt echter ruimte aan nieuwe initiatieven. Initiatieven die wellicht wél levensvatbaar zijn.
Concurrentievervalsing
Een laatste nadeel van subsidie is de onvermijdelijke concurrentievervalsing. Stel, je hebt als bedrijf, ondanks de crisis, je zaakjes op orde. Nu gaat de overheid de concurrent sponsoren. Het is niet denkbeeldig dat het slecht functionerende bedrijf daardoor kunstmatig in leven blijft, terwijl het gezonde bedrijf ten onder gaat. Alle genoemde nadelen ten spijt, ben ik niet tegen het verstrekken van subsidie. Ik ben wel vóór heldere en strikte voorwaarden. Voorwaarden die fraude voorkomen, innovatie niet in de weg staan en concurrentievervalsing tot een minimum beperken. Dat is nu nodig: juist in tijden van crisis!
‘Ik kan trouwens best aardig tennissen. Helaas ontbreekt de tijd om mijn backhand te perfectioneren. Is daar nou geen potje voor te bedenken, meneer Donner?’
|